Gedrag

Hieronder staan de verschillende onderwerpen uit de ethologie.

Ethogram

Hoe maak je een ethogram en een protocol?

Biologen willen graag meetbare resultaten. Met ethogrammen en protocollen kun je gedrag meetbaar maken. Het filmpje legt uit hoe je dat doet.

Bron: biojuf.nl

Het maken van een ethogram

Een ethogram is een opsomming van gedragselementen. Deze gedragselemementen worden objectief omschreven. Voor elk gedragselement wordt een afkorting gekozen.

Bron: biojuf.nl

Het opstellen van een protocol

Wanneer je daadwerkelijk het gedrag gaat observeren, maak je gebruik van een protocol om je resultaten te noteren. In dit protocol noteer welke gedragselementen je ziet. Je gebruikt hiervoor de afkortingen uit je ethogram.

Bron: biojuf.nl

Prikkel en respons

Prikkel en respons

Elke prikkel wordt gevolgd door een respons. Deze respons wordt dan weer een prikkel voor de volgende respons, enz.

Sleutel- en supranormale prikkel

Een sleutelprikkel is de doorslaggevende prikkel. Een sleutelprikkels wordt altijd gevolgd door een vaste respons. Het reageren op sleutelprikkels is vaak aangeboren.

Een supranormale prikkel is een overdreven sleutelprikkel. Deze overdreven sleutelprikkel heeft bij een dier vaak een extra sterke respons tot gevolg. 

Bron: biojuf.nl

Organisatie van gedrag

Gedragssystemen, gedragsketens en gedragselementen

Alle waarneembare activiteiten van dieren en dus ook mensen noemen we gedrag.

Gedrag is opgebouwd uit verschillende gedragssystemen. Een gedragssysteem is weer opgebouwd uit verschillende gedragsketens die elk weer verschillende gedragselementen bevatten.

Bron: biojuf.nl

Een gedragssysteem is een verzameling van een aantal handelingen die bij elkaar horen en en hetzelfde gedragsdoel hebben.

De gedragselementen volgen elkaar in de tijd op. Dit wordt een gedragsketen genoemd. Een gedragsketen heeft een min of meer vaste opeenvolging van gedragselementen.

Een gedragselement is een aparte handeling in een gedragsketen en gedragssysteem.

Conflictgedrag

Ambivalent-, omgericht- en oversprongsgedrag

Wanneer meerdere gedragssystemen tegelijkertijd opgewekt worden, ontstaat er een conflict tussen deze gedragssystemen. Je krijgt dan conflictgedrag te zien waarbij er een menging van gedragssystemen vertoond wordt. Het gaat hier wel om een inwendig conflict. Dus in het dier of persoon zelf.

Er zijn 3 vormen:

  • ambivalent gedrag;
  • omgericht gedrag;
  • oversprongsgedrag.

Bron: biojuf.nl

Bij ambivalent gedrag zie je afwisselend of gelijktijdig gedragselementen uit twee tegengestelde gedragssystemen.

Bij omgericht gedrag richt het gedragselement zich niet op de oorzaak maar op iets heel anders.

Bij oversprongsgedrag wordt een gedragselement uit een heel ander gedragssysteem geuit. 

Leergedrag

Vormen van leergedrag

In de biologie onderscheiden we zes verschillende vormen van leergedrag:

  1. inprenting;
  2. gewenning;
  3. imitatie;
  4. trail and error;
  5. inzicht;
  6. conditionering.

Bron: biojuf.nl

Klassiek en operant conditioneren​

Klassiek conditioneren
Het versterken of verzwakken van bestaand gedrag
Bijvoorbeeld: onze hond stond in het begin te kwijlen (bestaand gedrag) als hij rook (natuurlijke prikkel) dat ik een hamburger bakte waarvan hij vaak een stukje kreeg. Wekenlang zei ik tijdens bakken tegen hem ‘vlees’. Na weken begint hij al te kwijlen als ik ‘vlees’ zeg. 
Bij klassiek conditioneren heb je al een bepaald gedrag (bijv. kwijlen bij het ruiken van eten). Hier is kwijlen gekoppeld aan het ruiken van eten. Nu kun je dit kwijlen koppelen aan een nieuwe prikkel, b.v. het woord ‘vlees’.
Bij klassieke conditionering gaat het om de koppeling van twee prikkels.

Operant conditioneren
Het aanleren van een nieuw type gedrag. Een rat leert dat als hij op groen knopje duwt, hij daarna voer krijgt (= een beloning) en als hij op rood knopje duwt, krijgt hij  een stroomstootje (= een straf).  Bij operante conditionering is er sprake van belonen of straffen. Opeenvolgende gebeurtenissen worden met elkaar gecombineerd.
Bij operant conditioneren versterk of verzwak je toevallig gedag. Waardoor je gedrag gaat sturen. 
Bij operant conditioneren leer je gedrag aan, waarbij het dier of de mens actief iets moet doen. Je kunt dit voor elkaar krijgen door te belonen (vaak met eten) of te straffen (bijvoorbeeld pijn doen).

Bron: biojuf.nl

Bron: biojuf.nl