Onderzoek

Hieronder vind je informatie hoe je een natuurwetenschappelijk onderzoek opzet en uitvoert. 

Natuurwetenschappelijk onderzoek

Het nut van wetenschappelijk onderzoek

De wetenschappelijk methode zorgt ervoor dat de wereld om een systematische manier wordt onderzocht. Het filmpje van Nemo laat mooi zien wat het nut van de wetenschappelijke benadering is.

Bron: Nemo.nl

Een natuurwetenschappelijk onderzoek gaat volgens strikte regels. Als onderzoeker mag je geen enkele stap overslaan. Alle biologen in de hele wereld moeten hun onderzoek op dezelfde manier, volgens dezelfde regels uitvoeren.

Per natuurwetenschappelijk onderzoek wordt de invloed van  maar één variabele tegelijkertijd onderzocht. Verder worden alle andere omstandigheden (zoveel mogelijk) gelijk gehouden.

Het onderzoek moet zo nauwkeurig beschreven zijn, dat het voor anderen het onderzoek kunnen herhalen.

Elk onderzoek (en verslag) is opgebouwd uit de volgende stappen:

  • titel
  • inleiding
      • achtergrondinformatie
      • probleemstelling;
      • onderzoeksvraag;
      • hypothese;
  • werkplan/materiaal en methode;
  • resultaten;
  • conclusie;
  • discussie;
  • bronvermeldingen.
Probleemstelling, onderzoeksvraag en hypothese
  • de probleemstelling is de overkoepelende hoofdvraag;
  • de onderzoeksvraag is de vraag die hoort bij het onderzoek dat je gaat uitvoeren;
  • de hypothese geeft antwoord op de onderzoeksvraag. Geef hierbij geen uitleg of verklaring.

Bron: biojuf.nl

Werkplan
  • bepaal de variabele die je wilt onderzoeken;
  • maak groepen (of bij sommige onderzoeken maak je een controlegroep);
  • doe grote aantallen in elke groep (denk aan 100 tallen);
  • houd alle andere omstandigheden gelijk, behalve de variabele die je gaat onderzoeken;
  • beschrijf hoe je het onderzoek gaat uitvoeren;
  • beschrijf hoe je aan meetgegevens gaat komen. Hoe kom je aan getallen;
  • noem de meeteenheden;
  • noem dat je resultaten van de groepen met elkaar gaat vergelijken.

Bron: biojuf.nl

Resultaten
  • presenteer de resultaten zo objectief mogelijk, zonder er conclusies aan te verbinden;
  • gebruik tabellen en diagrammen (grafieken);
  • het diagram dat je gebruikt hangt af van welk verband, of gebrek aan verband, je duidelijk wilt maken.

Bron: biojuf.nl

Conclusie
  • je neemt de hypothese aan of je verwerpt deze (de hypothese is juist of onjuist).
Discussie
  • je legt uit waarom de hypothese juist of onjuist is. Hiervoor koppel je de resultaten aan de theorie;
  • je werpt een kritische blik op je onderzoek. Wat ging goed, wat ging fout en wat is voor verbetering vatbaar;
  • je sluit dit onderzoek af door een voorstel te doen voor nieuw of een vervolg onderzoek. Dit vervolgonderzoek moet wel bij dezelfde probleemstelling passen als het onderzoek dat je net gedaan hebt.

Bron: biojuf.nl

Natuurwetenschappelijke verslaglegging

Eisen natuurwetenschappelijk verslag

Het verslag van een natuurwetenschappelijk experiment moet aan een aantal eisen voldoen.

De ideale opbouw van een natuurwetenschappelijk verslag heeft de vorm van een zandloper. Begint breed met de achtergrondinformatie en de probleemstelling. Richt zich vervolgens specifiek op jouw onderzoek d.m.v. de onderzoeksvraag, de hypothese, materiaal en methode, de resultaten en de conclusie. In de discussie eindig je weer breed, door je onderzoek aan de theorie te koppelen en een vervolgproef voor te stellen. Het verslag wordt afgesloten met de bronvermeldingen.

Bron: biojuf.nl

Opbouw van het verslag
Een voorbeeld (t/m het werkplan)
Hoe maak je een lijndiagram/grafiek?

Om een goede grafiek te maken, moet je aan een aantal eisen voldoen:

  • zet op de x-as de onafhankelijke variabele;
  • zet op y-as de afhankelijke variabele;
  • benoem beide assen
    (grootheden en eenheden);
  • trek een vloeiende lijn door/tussen de punten;
  • teken niet eerder of verder dan dat er gegeven is;
  • maak, indien van toepassing, een legenda.

Bron: biojuf.nl

Bronvermeldingen

boeken:

  • achternaam, voorletter(s) auteur(s);
  • titel (en ondertitel);
  • druk;
  • plaats: uitgever of instelling;
  • jaar van uitgave;
  • gebruikte paginanummer(s).

tijdschriften:

  • achternaam, voorletter(s) auteur(s);
  • titel (en ondertitel) van het artikel;
  • naam tijdschrift;
  • plaats: uitgever of instelling;
  • jaartal;
  • jaargang (afleveringsnummer);
  • gebruikte paginanummer(s).

internet:

  • achternaam, voorletter(s) auteur(s);
  • titel (en ondertitel);
  • datum publicatie op internet/datum raadplegen;
  • url-adres (van de gebruikte pagina).