Prikkel-repons

Prikkel en respons

Inwendige en uitwendige prikkels

Een prikkel is een verandering in de omgeving waarop een organisme reageert. Wanneer deze prikkel buiten het organisme is noemen we dit een uitwendige prikkel. Vindt deze prikkel plaats in het inwendige milieu van het organisme, dan noemen we dit een inwendige prikkel. 

Voorbeelden van uitwendige prikkels:
geluid – druk op de huid – geurstof enz.

Voorbeelden van inwendige prikkels:
pH van het bloed – honger – motivatie enz.

Inwendig- en uitwendig milieu

Om te bepalen of een prikkel inwendig of uitwendig is, is het belangrijk om goed het onderscheid te weten tussen het inwendige en uitwendige milieu. Je externe milieu bestaat uit de omgeving die om jou heen zit. Je interne milieu bestaat uit je bloed, lymfe, weefselvloeistof en het cytoplasma van je cellen. In de gedragsleer worden interne prikkels ook gevormd door je gedachten en je emoties.

Prikkel en respons

Elke prikkel wordt gevolgd door een respons. Deze respons wordt dan weer een prikkel voor de volgende respons, enz.

Signaal

Een signaal is een prikkel tussen soortgenoten. Dieren horen tot dezelfde soort als ze onderling succesvol kunnen voortplanten. Dat betekent dat hun nakomeling vruchtbaar moeten zijn.

Wanneer een mens tegen een kind “zit” zegt, is dit een signaal. Wanneer een mens tegen een hond “zit” is dit geen signaal (wel een prikkel). Een signaal is dus altijd een prikkel, een prikkel is echter niet altijd een signaal.

Signalen zijn dus belangrijk bij de communicatie tussen soortgenoten. Daardoor planten soortgenoten met elkaar voort, geven soortgenoten aan elkaar bescherming, enz.

Sleutel- en supranormale prikkel

Een sleutelprikkel is de doorslaggevende prikkel. Een sleutelprikkels wordt altijd gevolgd door een vaste respons. Het reageren op sleutelprikkels is vaak aangeboren.

Een supranormale prikkel (of supernormale prikkel) is een overdreven sleutelprikkel. Deze overdreven sleutelprikkel heeft bij een dier vaak een extra sterke respons tot gevolg.