Evolutie

Seksuele selectie

Evolutie

Evolutietheorie =  theorie over het ontstaan en de ontwikkeling van het leven; soorten veranderen en er ontstaan nieuwe soorten.

Bij de evolutie gaat het erom dat de genen (het DNA) in het nageslacht komen. Je kijkt steeds wie dat (al dan niet door toeval) het beste lukt of wie daar de meeste kans op heeft. 

Seksuele selectie is samen met natuurlijke selectie en genetic drift de drijvende kracht achter de evolutie.

Genen (DNA) doorgeven

Seksuele selectie is in de biologie de selectie van partners op grond van aantrekkelijk eigenschappen.

Zo’n aantrekkelijke eigenschap levert dus op dat je eerder een partner vindt, waardoor je dus een grotere kans op voorplanting hebt. Daardoor komen jouw genen in het nageslacht, een voorwaarde voor evolutie.

Voortplanting is een voorwaarde om als soort te kunnen blijven bestaan of om een nieuwe soort te kunnen vormen.

Bron: biojuf.nl

Seksuele en natuurlijke selectie

Seksuele selectie is iets anders dan natuurlijke selectie, maar ze hebben wel veel met elkaar te maken. Bij seksuele selectie draait het erom dat je zo aantrekkelijk mogelijk bent als mogelijke voortplantingspartner. Hiervoor halen dieren (maar ook planten!) veel uit de kast; de mooiste kleuren, de grootste geweien, de langste veren enz. Dit uiterlijke vertoon mag natuurlijk geen selectie nadeel opleveren door bijvoorbeeld een lagere overlevingskans, doordat je eerder ten prooi valt.

Om je te kunnen voortplanten moet je eerst goed opgegroeien; genoeg voedsel hebben en veilig zijn. Hierbij speelt natuurlijke selectie een grote rol.

Om je (geslachtelijk) te kunnen voortplanten moet je een partner vinden. Daarbij speelt seksuele selectie een grote rol, maar er zal ook altijd gelijktijdig sprake zijn van een vorm van natuurlijke selectie.