Voortplanting

Voortplanting

De menstruatiecyclus - de hormonen

Bij de menstruatiecyclus spelen de hormonen een grote rol. De hypothalamus geeft de hypofyse een seintje waardoor de hypofyse de hormonen FSH en LH afgeeft. FSH zorgt ervoor dat in een eierstok een follikel met daarin een eicel, steeds groter wordt. Deze follikel geeft oestrogeen af. Dit oestrogeen zorgt, via een positieve terugkoppeling, ervoor dat de hypofyse nog meer FSH en LH gaat afgeven. Deze piek veroorzaakt de ovulatie. Het lege follikel heet nu het gele lichaam. Dit gele lichaam maakt naast oestrogeen ook progesteron. Dit remt FSH en LH, zodat er ondertussen geen nieuwe ovulatie komt. Ook zorgt het voor het verder uitgroeien van het baarmoederslijmvlies. 

Als er geen bevruchting plaatsvindt, verdwijnt het gele lichaam en daardoor daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron. Het baarmoederslijmvlies laat los, de menstruatie komt op gang.

Bron: biojuf.nl

Zwangerschap - de hormonen

Bij het instandhouden van een zwangerschap spelen oestrogenen en progesteron een grote rol. Deze hormonen zorgen voor het instandhouden van het baarmoederslijmvlies met daarin het ingenestelde embryo. Oestrogeen en progesteron zorgen echter via een negatieve terugkoppeling dat FSH en LH wegvalt. Daarmee zou ook het gele lichaam verdwijnen, met daarmee oestrogeen en progesteron. Het weefsel dat gevormd wordt na een innesteling, vormt het hormoon hCG. hCG zorgt voor het instandhouden van het gele lichaam en daarmee blijft het niveau van de hoeveelheid oestrogeen en progesteron op peil. Het baarmoederslijmvlies blijft zitten en een menstruatie blijft uit.

Bron: biojuf.nl

Een bevruchting vindt plaats in de eileider. De eicel blijft ca. een dag in leven. Een bevruchte eicel wordt zygote genoemd. De tocht naar de baarmoeder duurt zo’n 5 à 6 dagen. In de tussentijd vinden er klievingsdelingen plaats.

Vruchtbaarheid van een man

Net als bij de vrouw, stimuleert bij de man de hypothalamus de hypofyse om de hormonen LH en FSH af te geven. LH zorgt ervoor dat de testes (=zaadballen) het hormoon testosteron afgeven. FSH  stimuleert samen met testosteron ervoor dat de testes zaadcellen maken.  De afgifte FSH en LH door de hypofyse wordt geremd door testosteron. Dit is een negatieve terugkoppeling.

Bron: biojuf.nl

Vorming van geslachtscellen - de meiose

Tijdens een bevruchting smelten een eicel en een zaadcel samen. Het DNA van de eicel en de zaadcel vormen samen het DNA van het embryo. De eicel en de zaadcel leveren dus elk de helft van het DNA. Daarom moet bij de vorming van eicellen en zaadcellen het DNA gehalveerd worden. Daarvoor gaan de chromosomenparen uit elkaar. Een diploïde cel (2n) wordt haploïd (n) genoemd. Dit proces heet de meiose.

Bron: biojuf.nl